Make your own free website on Tripod.com
RECENSIES
50 JAAR WORLD PRESS PHOTO
Home
OORLOGSJUNKS
DRIE KLUITEN OP EEN HONDJE
DE ARROGANTIE VAN DE MACHT
ETEN, VUREN EN BEUKEN
DE SCHADUW VAN DE STER
DE WASSENDE REGENBOOG - Eddy Lie
RIJSTPAP, TULPEN & JIHAD
KOMRIJ'S NEDERLANDSE POËZIE van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten
HET LATIJN VAN JAPAN
EN WAT DEED MIJN EIGEN VOLK?
NONSENS- EN PLEZIERDICHTEN
LETTERLUST - Kees van Kooten en Ewald Spieker
HANDBOEK VOOR SCHRIJVERS 2003-2004
DE VOORLEZER - Bernhard Schlink
DE GESCHIEDENIS VAN HET DENKEN - André Klukhuhn
ALBERT CAMUS - Een leven tegen de leugen.
Bert Bakker FOLIO-REEKS
HANDGESCHREVEN WERELD - NEDERLANDSE LITERATUUR EN CULTUUR IN DE MIDDELEEUWEN
Beigbeder, Frédéric: EUR 14,99
SCHURKENSTAAT - William Blum
Caldicott, Helen: NIEUW NUCLEAIR GEVAAR
Duo Duo - HET OOG VAN DE STILTE
FUGA
ZWART BORD - Nico Hirt en Gérard de Selys
DE KRITISCHE REEKS van Uitgeverij LEMNISCAAT
Sartre, Jean-Paul - HET ZIJN EN HET NIET
TOM LANOYE HARD GEMAAKT
VERSVORMEN - Drs. P
VIJFDE BULLETIN - TWEEDE WERELDOORLOG
Steinz, Pieter: LEZEN etcetera - Gids voor de wereldliteratuur
ANTON CONSTANDSE - biografie en artikelen
Fransen, Peter e.a. - 11 SEPTEMBER - Waarom de kapers vrij spel kregen
MONTYN - door Dirk Ayelt Kooiman
ANTOINE DE SAINT-EXUPÉRY - door Paul Webster
CONSUELO, De roos en de Kleine Prins
SIEGFRIED
50 JAAR WORLD PRESS PHOTO

Een schitterend boekwerkje
 
 

Stichting World Press Photo Amsterdam: "50 jaar World Press Photo", Uitg. SDU Uitgevers bv, Den Haag, 2005 – 64 blz. – ISBN 90 12 10918-3 – prijs 14,95

Dit kleine vierkante boekje van slechts 17,5 bij 17,5 cm, met zwarte omslag, bevat alle ‘foto’s van het jaar’ van de jubilerende World Press Photo. Hoewel ze alle op hun eigen manier een schokkend beeld geven van wat de betreffende fotograaf voor zijn of haar lens kreeg – of moet ik zeggen voor ogen had? – zijn er toch enkele foto’s bij die in het collectieve geheugen van de hele mensheid zijn gegrift en iconen zijn geworden van de twintigste en zelfs al van de éénentwintigste eeuw. Een icoon immers vat in één bevroren beeld van een voorval samen wat er zich afspeelt én verwijst naar het verhaal erachter.

Zo is een tijdperk met de daarbij behorende (of dat tijdperk bepalende?) mentaliteit, de rassenscheiding in de VS, ‘geïconiseerd’ in de foto van het jaar 1957. Op deze foto zien we Dorothy Counts, een van de eerste zwarte leerlingen op een witte school waar kort tevoren de rassenscheiding bij wet was opgeheven. Niet alleen de rassenhaat, uiting van bekrompenheid, angst en onwetendheid, maar ook het gegeven dat deze imbeciliteit niet zondermeer bij decreet af te schaffen is, zijn in deze foto verenigd op een bijna ontnuchterende wijze, zonder enig effectbejag.

Vietnam

De Vietnamoorlog heeft jarenlang zozeer de wereldopinie bepaald en daarmee de agenda van zowel schrijvende als beeldende journalisten, dat het geen verwondering wekt dat deze oorlog zes keer voorkomt in dit boek. Van 1963 tot 1972, het jaar vóór de vernederende nederlaag van het machtigste rijk ter wereld in een oorlog tegen Aziatische boeren, treffen we zes iconen die naar deze oorlog verwijzen. De eerste foto van deze zes is het afschuw wekkende beeld van een boeddhistische monnik die zich in brand heeft gestoken uit protest tegen de vervolging van zijn geloofsgenoten. Opmerkelijk genoeg is dit woordloze protest, dat een universele schreeuw tegen onrecht is, door een Amerikaanse fotograaf gemaakt.

De tweede foto uit de reeks van zes die geen reeks is - elk jaar hád een ander onderwerp kunnen winnen - beeldt een moeder uit die met haar vier kleine kinderen door een rivier waadt om de Amerikaanse bombardementen te ontvluchten. De fotograaf, een Japanner, veranderde door het leed dat de Amerikanen in Vietnam aanrichtten en dat hij als fotograaf vastlegde, zo vertelde zijn weduwe later, in een zwijgzame man. De derde Vietnamfoto is nóg aangrijpender - hoewel ik gruw bij de gedachte dat we als mens kennelijk een hiërarchie van gruwelijkheid kunnen bedenken – en is van dezelfde Japanse fotograaf als die van het jaar ervoor. Kyoichi Sawada, die in 1970 zou omkomen bij een opdracht in Cambodja, toont ons in 1966 een in triomf achter een Amerikaans legervoertuig meegesleepte dode Vietcongsoldaat.

Het jaar daarna, 1967, won alweer een Vietnamfoto. Dit keer was het een ‘portretfoto’, en wel van een Amerikaanse tankcommandant die - letterlijk - genoeg aan zijn hoofd heeft. We zien hem met allerlei technologische snufjes op en aan zijn helm, om zijn taak perfect te kunnen uitvoeren. Zonder zijn vijand te kunnen zien, te hóéven zien, kan hij deze boeren die hun grond, hun land, verdedigen tegen de overmachtige indringer, uitschakelen. Deze foto is een icoon van de technologische oorlog: een computergame waarin het slagveld tot een ééndimensionaal beeldschermspel is teruggebracht, en het doden van mensen van vlees en bloed quasi neutraal op technocratische wijze wordt omschreven als het uitschakelen van de tegenstander. De mens als een gewillig, of moeten we zeggen willoos? , verlengstuk van dodelijke technologie in dienst van een wereldmacht.

Deze foto staat in schril contrast met de Vietnamfoto die het volgende jaar won: de Zuid-Vietnamese politiecommissaris die een vermeend lid van de Vietcong zonder vorm van proces op straat doodschiet. Op deze foto is de totale onmenselijking van twee mensen, al staan zij diametraal tegenover elkaar als dader en slachtoffer, tot icoon verheven. De Amerikaanse fotograaf Adams (nomen est omen?) was zelf zó onder de indruk van de foto, dat hij hem niet meer in zijn studio ophing.

De laatste Vietnamfoto is voor velen ‘de‘ foto over het Vietnamconflict. We zien in het midden een meisje, met andere kinderen op de vlucht, nadat, zoals het onderschift vermeldt, "Zuid-Vietnamese vliegtuigen bij vergissing napalmbommen hebben laten vallen op Zuid-Vietnamese troepen en burgers." De Vietnamese fotograaf Nick Ut Cong Huynh "herinnert zich hoe dit beroemd geworden meisje haar brandende kleren van zich afwierp terwijl ze schreeuwde: ‘nong qua!’ (‘te heet!’) en hoe hij water uit zijn veldfles over haar heen goot om haar af te koelen, waarna hij alle kinderen met zijn busje naar het Cu Chi-ziekenhuis bracht."

Het voert te ver om alle foto’s te bespreken, al zijn ze stuk voor stuk bloedstollende momenten van menselijke ellende. Drie uitzonderingen nog: allereerst de winnende foto van het jaar 1989. We zien een demonstrant die op 4 juni 1989 een rij tanks van het Chinese Volksleger, dat de massabetogingen op het wil Tiananmenplein in Beijing (Peking) neerslaat, wil tegenhouden. Het ongewapende, machtloze individu is niet altijd machteloos, lijkt deze foto te willen uitdrukken.

Persfotografen hebben, net als hun schrijvende en sprekende collega-journalisten, de taak het publiek in te lichten over ‘wat er gebeurt’. Daarbij vallen ook onder dit vreedzame beroep dodelijke slachtoffers, omdat zekere machthebbers liever geen pottenkijkers hebben als zij uit naam van welke ideologie of zelfverklaarde hogere macht ook, hun slagerswerk verrichten.

De twee laatste foto’s geven ons twee van de vele rampen te zien die de mensheid geselen: mensenoorlogen en natuurrampen. De foto uit 2003 is alweer een icoon: in een gevangenkamp, achter prikkeldraad, troost een Irakese gevangene met een kap over zijn hoofd - het type kap dat berucht is geworden door de vele beelden van de systematische martelingen door het Amerikaanse bezettingsleger in Irak - zijn zoontje. Ook op deze foto vindt de totale ontmenselijking tóch weer een tegenwicht, en wel in een hulpeloos menselijk wezen (een kind nota bene), dat aan dezelfde ontmenselijking is onderworpen en tóch, louter door zijn aanwezigheid, hoop biedt. De laatste foto uit het boekje brandt de totale ontreddering en het niet te peilen verdriet van een vrouw die rouwt om het verlies van een familielid dat omgekomen is door de tsunami van 28 december 2004, in onze ziel.

Als ik de middelen had zou ik dit boek uitdelen aan iedereen die ik ken en - vooral - aan een veelvoud van mensen die ik níet ken, maar in de hoop dat deze eye-opener iets teweegbrengt. Dit kleine boekje is zó waardevol, dat ik stiekem hoop dat iemand die daar wél toe in staat is, deze indrukwekkende fotokroniek van de laatste halve eeuw uitdeelt aan alle middelbare scholieren in Nederland. Opdat ze niet vergeten. Niet vergeten wat er in die laatste halve eeuw óók is gebeurd (óók, want het boek is slechts een minimale fractie van alle World Press Photo’s, die op hun beurt niet meer dan een fractie zijn van wat er allemaal is gebeurd…) Óók en vooral echter om niet te vergeten dat er altijd mensen zijn die de moed hebben om die gebeurtenissen vast te leggen.

Het voelt welhaast ongepast om World Press Photo te feliciteren met zijn 50-jarig bestaan, omdat er zoveel rottigheid te fotograferen is, maar als we die 50 jaar zien in het licht van mijn laatste hoopvolle opmerkingen, is een felicitatie misschien óók een steuntje in de rug en in die zin een compliment dat honderden miljoenen mensen collectief én individueel in die felicitatie betrekt.

© Jan Bontje 2005